Gelijke kansen door betere basisvaadigheden

De Lectoraten Jeugd & Media en Gezonde samenleving van hogeschool Windesheim dienden, samen met een aantal partners een subsidieaanvraag in bij de gemeente Coevorden. Zij willen preventief inzetten op het voorkomen van intergenerationele overdracht van beperkte digitale geletterdheid en daarmee beperkte mediaopvoedingsvaardigheden. Hogeschool Windesheim besteedt aandacht aan onderzoeken naar ongelijke kansen voor mensen doordat zij over beperkte basisvaardigheden beschikken. Bijvoorbeeld ‘moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden’ (Stichting Lezen en Schrijven, 2021). In Nederland beschikken ongeveer 2,5 miljoen mensen over beperkte basisvaardigheden (Algemene Rekenkamer, 2016). Circa 20% van de Nederlanders tussen de 16 en 74 jaar beschikt niet of beperkt over digitale vaardigheden (DESI, 2019). Dit is ook voor de gemeente Coevorden relevant.

Complexere basisvaardigheden

Onze steeds complexer wordende samenleving vereist dat burgers over steeds meer en complexere basisvaardigheden beschikken om hier volwaardig aan deel te kunnen (blijven) nemen. Digitale geletterdheid is zo’n basisvaardigheid, die bestaat uit 4 deelbasisvaardigheden die nodig zijn om actief en bewust te kunnen deelnemen aan de digitale samenleving: 1. ICT basisvaardigheden (- mobiele – computers, hardware, software, internet bedienen en beveiligings- en privacy-aspecten toepassen); 2. Informatievaardigheden (kritisch en efficiënt informatie zoeken, selecteren en gebruiken); 3. Mediawijsheid (veilig en slim media inzetten om optimaal te kunnen deelnemen aan de digitale wereld); en 4. Computational thinking (weten hoe een computer denkt en hoe je met een computer problemen kunt oplossen) (www.digitalegeletterdheid.nl, www.mediawijzer.nl)

Mediaopvoedingsvragen

In de sterk gemedialiseerde samenleving raken online en offline leefgebieden steeds sneller en meer met elkaar verbonden. Wat de huidige generatie jeugdigen online meemaakt is net zo’n vanzelfsprekend onderdeel van hun ontwikkeling als wat zij offline meemaakt. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van vragen op het gebied van digitale geletterdheid van ouders, specifiek rond digitale/ICT basisvaardigheden en mediawijsheid (Nikken & Markx, 2014). Uit recent onderzoek onder ouders van kinderen van 0 tot 6 jaar, de jaarlijkse Media Ukkies monitor (Nikken, 2021a), blijken mediaopvoedingsvragen de top 5 van opvoedingsvragen  van ouders van jonge kinderen zelfs te domineren. Voorbeelden van vragen die veel ouders stellen over mediawijsheid en mediaopvoeding zijn:

  • Hoe lang mag mijn kind per dag achter een beeldscherm?
  • Hoe houd ik het schermgebruik van mijn kind het beste in de hand?
  • Raakt mijn kind overprikkeld door informatie op beeldschermen?
  • Welke websites/apps/games zijn goed voor mijn kind?
  • Welke (gezondheids-)risico’s loopt mijn kind bij teveel schermgebruik?

Dergelijke vragen zijn voor veel ouders (en de beroepskrachten die hen in de opvoeding ondersteunen vanuit bv. een consultatiebureau of bibliotheek) herkenbaar, ongeacht sociaal economische status, opleiding en leeftijd. Wel blijken jeugdigen die opgroeien in gezinnen waar ouders beschikken over beperkte (digitale) basisvaardigheden – en daardoor minder gestimuleerd worden in het ontwikkelen daarvan – vaak minder vaardige online lezers (Notten & Becker, 2017).

Vragen over mediaopvoeden zijn niet eenvoudig te beantwoorden. Hoeveel een kind per dag gebruik kan maken van beeldschermmedia, zodat diens ontwikkeling (denken, taal, fysiek, sociaal) wordt gestimuleerd in plaats van belemmerd, is bv. afhankelijk van de leeftijd en capaciteiten van een kind. Datzelfde geldt voor websites, apps en games. Het juiste antwoord dient individueel bepaald te worden. Mediaopvoeden is maatwerk, zowel voor kinderen als ouders (www.netwerkmediawijsheid.nl).

Handelingsverlegenheid beroepskrachten

Een bijkomende hindernis in de praktijk is dat veel beroepskrachten zelf handelingsverlegenheid ervaren in het ondersteunen van ouders van jonge kinderen bij vragen van ouders over het mediagebruik van hun kind(eren). In diverse behoefte verkennende onderzoek (Nikken, 2020, 2021b; Nikken & de Vries, 2020; Nikken & Büttner, 2021; Nikken, Wissink, Büttner, & Middag (in progress) geven beroepskrachten aan behoefte te hebben aan informatie over:

  • Positieve effecten van diverse beeldschermmedia
  • Uitkomsten van onderzoek naar mediagebruik
  • Verschillende thema’s rond mediagebruik en mediaopvoeding
  • Hulpmiddelen/tools voor verschillende doelgroepen (bv kinderen met beperkingen of ouders met beperkte digitale basisvaardigheden)
  • Welke sites, apps etc. te raadplegen zijn
  • De (leer)doelen van verschillende digitale tools

Daarnaast geven beroepskrachten aan de volgende vaardigheden te willen ontwikkelen:

  • Mediaopvoedingsvaardigheden
  • Mediabeleid kunnen ontwikkelen
  • Ouder bij mediaopvoeding kunnen betrekken
  • Goede informatie over mediaopvoeding en mediagebruik kunnen vinden

De Lectoraten Jeugd & Media en Gezonde samenleving van hogeschool Windesheim, dienden samen met een aantal partners een subsidieaanvraag in bij de gemeente Coevorden om hiermee in de praktijk aan de slag te gaan.  Zij willen preventief inzetten op het voorkomen van intergenerationele overdracht van beperkte digitale geletterdheid (ICT basisvaardigheden en mediawijsheid) en daarmee beperkte mediaopvoedingsvaardigheden.

Bron: projectaanvraag ‘Ben ik in beeld?’